Gemeentelijke groenstroken

Met regelmaat wordt er in Nederland geprocedeerd over groenstroken van de gemeente of andere stukken gemeentegrond die door een bewoner in gebruik zijn genomen, bijvoorbeeld als onderdeel van zijn tuin. Gemeenten blijken nogal eens als verliezende partij uit deze procedures te komen.

Gemeentelijke groenstroken

Het stramien is vaak hetzelfde: de gemeente eist de grond op als haar eigendom en de gebruiker verzet zich daartegen omdat hij al jarenlang de grond in gebruik heeft. Als iemand gedurende een onafgebroken periode van minimaal 10 jaar de grond te goeder trouw in gebruik heeft gehad, kan er sprake zijn van zogenaamde verkrijgende verjaring (artikel 3:99 Burgerlijk Wetboek). Dat houdt in dat de grondgebruiker dan wordt geacht de eigenaar te zijn. De gemeente verliest dan dus de eigendom.

Of een grondgebruiker zich terecht op verkrijgende verjaring kan beroepen, hangt af van de feitelijke omstandigheden. Niet zelden moeten er in een procedure getuigen worden gehoord om de exacte feiten boven tafel te krijgen, bijvoorbeeld om aan te tonen dat het bezit onafgebroken is geweest. Bovendien moet het bezit van dien aard zijn geweest dat de grondgebruiker te goeder trouw mocht menen dat hij hiervan de eigenaar is. Als bijvoorbeeld het grondgebruik plaats vond op basis van een afspraak (dus een overeenkomst) met de gemeente, dan mocht de grondgebruiker zich niet als eigenaar beschouwen. In geval van een dergelijke afspraak met de gemeente zal er sprake zijn van bruikleen (gratis) of huur (tegen betaling) van de grond. In dat geval kan de gemeente een dergelijk gebruiksrecht beëindigen en de eigendom opeisen.

Gevallen waarin de gemeente de eigendom van een groenstrook of “gemeentegrond” opeist kunnen dus complex zijn, maar zeker niet bij voorbaat kansloos voor de grondgebruiker.

mr. H.E. Davelaar

Emiel Davelaar is in 1988 afgestudeerd in Nederlands Recht (privaatrecht) aan de Rijksuniversiteit te Groningen. Zijn specialisaties liggen op het terrein van bestuursrecht (met name ruimtelijke ordening en milieu), agrarisch recht en privaatrecht voor zover dit betrekking heeft op grond en gebouwen.

Zijn hart ligt bij het bijstaan van personen en bedrijven in juridisch complexe situaties en hen hier doorheen te loodsen. Resultaatgericht en transparant. Emiel is lid van de specialisatieverenigingen Vereniging voor Agrarisch Recht Advocaten en de Vereniging voor bestuursrecht. Daarnaast is hij lid van de Commissie Bezwaarschriften van een gemeente in Overijssel en is hij secretaris van het Zwolsch Juridisch Genootschap.

In zijn vrije tijd trekt Emiel er graag op uit met zijn gezin, is hij vaak onderweg op de fiets, op bergschoenen of in zijn youngtimer en leest hij graag over geschiedenis en cultuur.